Begrippenlijst

Hieronder zal ik termen en begrippen plaatsen, die ik gedurende mijn kennisvergaring betreffende wijn, zelf ook ben gaan gebruiken. Omdat niet iedereen deze wijntaal spreekt, zal ik ze hier uitleggen. Ze staan op alfabetische volgorde.
  • aanzet - eerste indruk bij het nemen van een slok
  • acclimatiseren - op temperatuur laten komen
  • afdronk - de smaak die blijft hangen, laatste stadium van het proefproces
  • aperitief - wijn waarmee je start, bedoeld om de smaakpapillen te activeren
  • appellation - Franse classificatie van wijn (zegt echter niets over de kwaliteit)
  • aroma - geur van de wijn
  • bâtonnage - Franse term voor het roeren van de dode gistcellen in de wijn; dit geeft de wijn extra smaak
  • bewaartijd - lengte (in jaren) waarop men een wijn kan bewaren
  • bewaarwijn - wijn geschikt om langer te bewaren
  • blend - mix van verschillende druivenrassen in één wijn
  • body - algemene indruk van de wijn, afhankelijk van de "dikte" en kracht van de wijn
  • chambreren - het op kamertemperatuur brengen van wijn
  • decanteren - overschenken van de wijn in een karaf, teneinde het "droesem" van de wijn te scheiden
  • digestief - wijn waarmee je gebruikelijk bij het dessert eindigt, gewoonlijk zoet
  • domein - landgoed waar de wijngaard op of nabij ligt; naamgever van de wijn
  • droesem - bezinksel, depot, drab die in de wijn achterblijft
  • droog - smaak van een wijn met weinig of geen restsuiker, tegenhanger van zoet
  • fermentatie - (alcoholische) vergisting; proces waarbij de aanwezige suikers in de most worden omgezet naar alcohol
  • GSM wijn - blendwijn gemaakt van de druivenrassen grenache, syrah en mourvèdre
  • hard - wijn met veel "tannine"
  • houtrijping - het ouderen van wijn in (eiken)houten vaten
  • houtsmaak - de overduidelijk aanwezige smaak van de "houtrijping" of houttoevoegingen
  • in balans - wijn met evenwicht in zoet, zuren, bitters, fruit, alcohol en eventueel "tannine"
  • jammy - geur/smaak van ingekookt fruit, jam-achtig
  • kamertemperatuur - 17 à 18 graden
  • karaferen - overschenken van de fles wijn in een karaf met als doel deze te beluchten
  • keldertemperatuur - 12 à 13 graden
  • malolactische gisting - proces dat geschiedt na de fermentatie waarbij appelzuren worden omgezet in melkzuren; maakt de wijn wat zachter
  • milky - geur/smaak van melkproducten; melk, yoghurt, "Wicky". Vaak veroorzaakt door de malolactische gisting
  • monocépage - wijn voor 100% gemaakt van één druivenras
  • neus - het ruiken van de wijn; geur van de wijn
  • nieuwe wereld - overige wijnproducerende landen die niet in de "oude wereld" liggen
  • op dronk - het perfecte moment om de wijn te openen en te drinken
  • opleggen - het bewaren van wijn
  • oude wereld - alle wijnproducerende landen binnen Europa
  • over de top - wijn die te lang is bewaard
  • primair aroma - geur van de druiven
  • rijpen - het ouderen en "op dronk" raken van wijn
  • rond - wijn met weinig "tannine"
  • schraal - wijn met veel "tannine"
  • secundair aroma - geur van het wijnmaak-proces
  • soepel - wijn met weinig "tannine"
  • sommelier - adviseur in de combinatie van wijn en spijs, meestal in dienst van een restaurant
  • stille spiegel - onbewogen oppervlak van de wijn in het glas nog voor er gewalst wordt
  • sur lie - Franse term voor het laten rijpen van de wijn op de dode gistcellen, veelal in combinatie met "bâtonnage"
  • tannine - stof in wijn die oxidatie tegengaat, zorgt voor stroef gevoel en wrange smaak in de mond
  • teinturier - druif waarvan het vruchtvlees rood gekleurd is
  • terroir - klimaat, grond, lucht: bepalend voor de kwaliteit van de druif in de wijngaard
  • tertiair aroma - algehele geurindruk van de wijn, primair en secundair aroma gecombineerd
  • vinificatie - de wijnbereiding, het proces van het wijnmaken
  • vinoloog - gediplomeerd wijnkenner
  • volwassen - een wijn die "op dronk" is
  • walsen - ronddraaien van de wijn in het glas, teneinde zuurstof toe te laten en aroma's te bevrijden
  • zacht - wijn met weinig "tannine"